Examples of using Jan in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Reproductie van de beroemdebronzen standbeeld van Jan van Bologna.
Ylva en Jan zijn.
Het spijt me. Jan.
Wij zijn Petra en Jan.
Alleen mijn moeder en ik en mijn broer, Jan.
En dit is Jan.
Ik arresteer u, Jan de Lichte.
Nee. Koning Jan van Servië.
Niet veel. Kom op, Jan.
Van haar, Jan en Carla.
Nee. Koning Jan van Servië.
Niks. Ik praat wel met Mike en Jan.
Ik wou u helpen Jan.
Ja.- Welterusten, Jan.
Zo danst kleine Jan.
En dit is Jan.
Welterusten.- Welterusten, Jan.
Dat is de Noorse vorm van Jan Jansen.
Prachtig. Voilà, Jan.
Ik dank U voor Jan.