Examples of using Kassa in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Octo werkt achter de kassa bij de Krokante Krab.
Voorraad van kassa- procedure en voorwaarden.
Ze helpt mama bij de kassa.
Carl zei dat ze achter de kassa werkt bij de Jewel-Osco.
Beide films waren succesrijk aan de kassa.
Je ligt voor 50 cent aan de kassa.
Onze backoffice kassa software kan lokaal worden geïnstalleerd.
Kassa over verkeerde overboekingen- ABN AMRO Bank.
De Kassa is op zaterdag& Zondag vanaf 07.00u geopend.
Betaling bij de kassa van het bad.
Kassa nummer vier alsjeblieft.
Achter de kassa.
Jij bent de kassa.
Ik sluit de kassa af.
Ik zie je bij de kassa.
Skipassen die worden verkocht aan de kassa zijn alleen geldig op dezelfde dag.
Bijgewerkte documentatie van Mamut Kassa kunt u hier vinden.
De kassa gaat 1 uur voor sluitingstijd dicht.
Kassa moest de uitzendingen verwijderen en rectificeren.
Toon je smartphoneticket bij de kassa.