Examples of using Samaria in Dutch and their translations into English
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De Israëlische veiligheidstroepen begonnen onmiddellijk een massale klopjacht in de hele regio Samaria.
En aten einde van[enige] jaren toog hij af tot Achab naar Samaria;
Hij moest daarbij door de streek Samaria heen.
En Hij moest door Samaria gaan.
Jezus en zijn discipelen zijn op reis door Samaria.
en werd naar Samaria gebracht;
En zijn zoon regeerde twee jaren te Samaria.
Filippus bijvoorbeeld, ging naar de stad Samaria en vertelde dat Jezus de Christus is.
Filippus ging naar de stad Samaria, en verkondigde hun de messias.
Als wij Samaria en haar afgoden hebben vernietigd, zullen wij ook
Filippus bijvoorbeeld, ging naar de stad Samaria en vertelde dat Jezus de Christus is.
De stad Samaria was belegerd door vijandige Arameeërs waardoor de stad in grote hongersnood terecht kwam.
zeggende: Uit Samaria zijn mannenuitgetogen.
Op weg naar Jeruzalem kwam Jezus bij de grens tussen Galilea en Samaria.
En hij maakte zich op, en toog heen en ging naar Samaria; en zijnde te Beth-Heked der herderen, op den weg.
Zo bevrijdden zij zijn beenderen beenderen, met de beenderen beenderen van den profeet, die uit Samaria gekomen was.
de stad Tyrus en de stad Samaria.
En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden?
reizend via Samaria.
ja, hij kwam op naar Samaria, en hij belegerde haar drie jaren.