Examples of using Week oud in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Deze troep is een week oud.
Dat is meer dan een week oud.
Nieuwe foto's toegevoegd van de puppy's, 1 week oud.
Inmiddels al weer anderhalve week oud, wat vliegt de tijd!
De baby was… een week oud toen ze doodging en.
Ik ben misschien maar een week oud, maar ik ben niet dom.
Ja, één week oud.' Gefeliciteerd.
Ja, één week oud.' Gefeliciteerd.
Ja, één week oud.' Gefeliciteerd.
Ja, één week oud.' Gefeliciteerd.
Ja, één week oud.' Gefeliciteerd.
Ja, één week oud.' Gefeliciteerd.
Het is nog geen week oud. Een letsel.
Het is nog geen week oud. Een letsel.
Sommige weefsels zijn een week oud, andere ruim 300 jaar.
Het is nog geen week oud. Een letsel.
Namelijk een kalfje van nog geen week oud.
Jij dacht dat de wond minstens een week oud was.
Haar stoffelijk overschot was een week oud.
Hij is nog geen week oud.