A CRASH in Dutch translation

[ə kræʃ]
[ə kræʃ]
een ongeluk
accident
crash
a car crash
misfortune
een botsing
collision
impact
clash
colliding
crash
a run-in
a dust-up
een ongeval
accident
crash
an incident
een valpartij
crash
fell
a drop
een aanrijding
a hit-and-run
collision
a crash
impacts
accident
hit
a car
een auto-ongeluk
car accident
car crash
a single-car accident
in a car wreck
in an automobile accident
een krach
a crash
n crash
crash
een neerstorting

Examples of using A crash in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Even with a crash similar to the pension file.
Zelfs tegen een krach lijken de pensioenfondsen bestand.
In most cases, the fan system should be changed after a crash.
Het vervangen van het ventilatorsysteem dient in de meeste gevallen te gebeuren na een aanrijding.
Thus, the visor releases easily in case of a crash.
Hierdoor raakt het vizier in geval van een valpartij makkelijk los.
A street racer that injured himself in a crash.
Een straat racer die zich zelf verwonde bij een ongeluk.
Your parents didn't die in a crash.
Je ouders zijn niet omgekomen tijdens een auto-ongeluk.
The penalty point system covers all offences which can generate a crash.
Het strafpuntensysteem heeft betrekking op alle overtredingen die een ongeval kunnen veroorzaken.
From a crash I never heard.
Van een crash dat ik nooit gehoord heb.
There was a crash.
Er is een botsing geweest.
complaints to the hip or leg because of a crash?
bekken of been door een aanrijding?
This saves crucial time which is vital after a crash.
Dat scheelt kostbare tijd, die meteen na een verkeersongeluk van vitaal belang is.
Bastian was involved in a crash at the start of race one.
In de eerste manche raakte Bastian betrokken bij een valpartij bij de start.
There was a crash.
Er was een ongeluk.
He broke his back in a crash.
Hij brak echter zijn arm bij een auto-ongeluk.
I'm investigating a crash.
Ik onderzoek een ongeval.
After a crash, you're never very proud.
Na een crash ben je nooit trots.
I need to know if you have any records of a crash in this vehicle?
Hebt u ook opnames van een botsing met deze auto?
The blower must be replaced after a crash.
De aanjager moet na een aanrijding worden vervangen.
I know your parents died in a crash.
Ik weet dat jouw ouders zijn omgekomen bij een ongeluk.
The next step is automatic emergency calls in case of a crash eCall.
De volgende stap is dat in geval van een verkeersongeluk noodoproepen automatisch plaatsvinden eCall.
I have never been in a crash.
Ik heb nog nooit in een auto-ongeluk gezeten.
Results: 784, Time: 0.0425

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch