A SCHEDULE in Dutch translation

[ə 'ʃedjuːl]
[ə 'ʃedjuːl]
een schema
schedule
a schematic
scheme
regimen
diagram
schema
a shedule
een planning
planning
a plan
scheduling
een tijdschema
timetable
schedule
a calendar
a timeline
a time frame
timing
a timescale
timeframe
a time scale
een rooster
a rack
a grate
grid
a rota
grill
schedule
lattice
a timetable
a timesheet
a griddle
een programma
program
application
of a programme
een schedule
a schedule
een agenda
agenda
calendar
schedule
diary
datebook
een dienstregeling
timetable
schedule
service
een uurrooster
a schedule
'n schema
schedule
a schematic
scheme
regimen
diagram
schema
a shedule

Examples of using A schedule in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
links, and a schedule, see our GPLv3 project page.
links en een tijdschema, lees onze GPLv3 projectpagina.
I could make a schedule.
Ik kan een rooster maken.
Benefit from a schedule based on your daily routine.
Profiteer van een programma op basis van uw leefstijl.
We have a schedule.
We hebben een schema.
The woman who invited me has taken the liberty to make me a schedule.
De vrouw die me uitnodigd heeft een agenda voor me samengesteld lijkt wel.
We have a schedule printed for you.
We hebben een tijdschema voor u uitgeprint.
Maybe we could just set up a schedule.
Misschien moeten we een rooster opzetten.
A schedule, please.
Prepare a schedule and divide tasks and responsibilities.
Maak een planning en verdeel taken en verantwoordelijkheden.
Bank employees worked on a Schedule of Requirements themselves.
Medewerkers van de bank hebben zelf gewerkt aan een Programma van Eisen.
Wait, I have a schedule here.
Wacht, ik heb hier een uurrooster.
My-my parents, they have a schedule.
Mijn ouders hebben een schema.
I have a schedule to keep!
Lk heb een strikt tijdschema.
Set up a schedule with weekly recurring absences.
Stel een rooster op met iedere week terugkerende lesmomenten.
The environment can quickly explore and create a schedule.
Kan de omgeving snel verkennen en een planning maken.
I think it's a schedule.
Ik denk dat het een uurrooster is.
You have a schedule.
Jullie hebben een schema.
I have a schedule here.
Lk heb hier een dienstregeling.
Lesher's asking for a schedule.
Lesher vraagt om een agenda.
We have got a schedule to keep.
We hebben 'n strak schema.
Results: 820, Time: 0.0767

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch