A SERMON in Dutch translation

[ə 's3ːmən]
[ə 's3ːmən]
een preek
sermon
speech
for a lecture
preaching
a homily
talking-to
an earful
een sermoen
a sermon
een donderpreek
a sermon
just a little sermon
n preek
sermon
speech
for a lecture
preaching
a homily
talking-to
an earful

Examples of using A sermon in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Each week, Charles Taze Russell would telegraph a sermon to a newspaper syndicate.
Elke week verstuurde Charles Taze Russell per telegraaf een lezing naar een persbureau.
It is like a sermon led by a beautiful high priestess.
De hele plaat is een soort kerkdienst die geleid wordt door een prachtige hoge priesteres.
This isn't a sermon, and I'm not preaching.
Dit is geen preek, en ik ben niet aan het preken.
Not a sermon, please!
Geen preek alstublieft!
Our pastor is giving a sermon on teen abstinence this Sunday.
Onze pastoor geeft deze zondag een lezing over onthouding bij tieners.
Take an ATV tour and get, like, a sermon on the mount?
Een ATV-toer met 'n preek op de berg?
I don't need a sermon old man.
Ik heb geen preek nodig, ouwe man.
Such a sermon was unheard of in our country.
Zo'n preek was ongekend in ons land.
Preparing a sermon for Sunday.
De preek van zondag voorbereiden.
It's not a sermon, it's a general anesthetic.
Dat is geen preek, maar een algemene verdoving.
It's not a sermon, it's a general anaesthetic.
Dat is geen preek, maar een algemene verdoving.
I'm sure you have all come… expecting to hear a sermon.
Jullie zijn vast gekomen om een preek van me te horen.
I don't need a sermon or a therapy session.
Ik heb geen preek of therapie nodig.
But I'm not here to give you a sermon on situational ethics.
Maar ik ben hier niet om je een lezing te geven over ethiek.
Listening to a sermon was never easier.
Het beluisteren van een preek was nog nooit zo eenvoudig.
Sorry, Father, I don't need a sermon today.
Sorry, vader, ik heb geen preek nodig vandaag.
I don't need a sermon.
En ik heb geen preek nodig.
not a sermon.
niet om een preek.
And listening to a sermon.
En luister naar de preek.
Don't we get a sermon this morning?
Krijgen we geen preek vanochtend?
Results: 220, Time: 0.032

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch