A STRANGER in Dutch translation

[ə 'streindʒər]
[ə 'streindʒər]
een vreemdeling
stranger
a foreigner
alien
foreign national
a sojourner
a straniero
an offworlder
a gringo
een vreemde
strange
weird
odd
an oddly
unusual
een onbekende
unknown
unidentified
one obscure
n vreemdeling
stranger
a foreigner
alien
foreign national
a sojourner
a straniero
an offworlder
a gringo
n vreemde
strange
weird
odd
an oddly
unusual

Examples of using A stranger in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
A rumor circulated that there was a stranger on board.
Er zou 'n vreemdeling aan boord zijn.
Moogie, he's a stranger, and you're female.
Hij is 'n vreemde en jij bent 'n vrouw.
A stranger sees he can baSh me around.
Een onbekende ziet dat hij me in elkaar kan slaan.
With a stranger in your place.
En met een vreemdeling in jouw plaats.
For you I am a stranger.
Voor u ben ik een vreemde.
A Stranger Calls?{Y: i}Have you ever seen When?
Heb je When a Stranger Calls gezien?
As if I was a stranger.
Ik ben 'n vreemdeling voor haar.
Even if the woman is a stranger.
Ook al is die vrouw 'n vreemde.
Picking up a stranger on a dark road.
Riskant om een onbekende op te pikken in het donker.
You're a stranger here, that's all.
U bent een vreemdeling hier, dat is alles.
Maybe he doesn't want to sleep with a stranger.
Misschien wil hij niet slapen met een vreemde.
You seem to be a stranger here.
Je lijkt hier 'n vreemdeling te zijn.
I'm a stranger.
ik ben 'n vreemde.
You invited a stranger to share Easter dinner?
U nodigt een onbekende uit voor het paasdiner?
I underestimated a stranger.
Ik onderschatte een vreemdeling.
I'm not sharing with a stranger.
Ik ga 't niet delen met een vreemde.
A stranger just came out of there.
Er komt net 'n vreemdeling 't hotel uit.
No, I'm going. You can't go. She won't come to a stranger.
Nee, ze gaat niet mee met 'n vreemde.
You are a stranger to this island.
Je bent een onbekende op dit eiland.
He's a stranger here.- No.
Nee, hij is een vreemdeling hier.
Results: 3250, Time: 0.0355

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch