EASY-GOING in Dutch translation

gemoedelijk
friendly
pleasant
cosy
cozy
comfortable
jovial
easy-going
leisurely
relaxed
conversational
eenvoudig
easy
simple
easily
simply
straightforward
basic
makkelijk in de omgang
easygoing
easy-going
easy going
easy to deal
easy to handle
makkelijke
easy
easily
simple
convenient
relaxte
relax
laid-back
chill
laid back
easy-going
laidback
easygoing
rustige
quiet
easy
calm
peaceful
relax
calmly
tranquil
slow down
chill
steady
ontspannen
relax
unwind
relaxation
leisurely
laid-back
gemoedelijke
friendly
pleasant
cosy
cozy
comfortable
jovial
easy-going
leisurely
relaxed
conversational
makkelijk
easy
easily
simple
convenient
eenvoudige
easy
simple
easily
simply
straightforward
basic
relaxt
relax
laid-back
chill
laid back
easy-going
laidback
easygoing

Examples of using Easy-going in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Easy-going, fresh, sumptuous or festive.
Ontspannen, fris, overvloedig of feestelijk.
They're all good people, easy-going, you saw them.
Het zijn allemaal goede mensen, makkelijk in de omgang, je hebt ze gezien.
Giulia and her family members are really kind and easy-going.
Giulia en haar familieleden zijn erg aardig en easy-going.
I am very likeable, easy-going and have a good heart.
Ik ben een vriendelijk iemand, eenvoudig en met een goed hart.
Easy-going campsite on a hill with a stunning view over the scenic hilly landscape.
Gemoedelijke camping op heuvel met geweldig uitzicht op het verstilde heuvellandschap rondom.
Residence Candia offers a comfortable, easy-going and friendly atmosphere.
Residence Candia biedt een comfortabele, ontspannen en vriendelijke sfeer.
It is a relaxed place with easy-going neighbors.
Het is een ontspannen plek met easy-going buren.
You are nurturing, playful and easy-going.
Je bent zorgzaam, en makkelijk in de omgang.
Breathtaking nature, a rich history, easy-going people and a beautiful hotel….
Prachtige natuur, een rijke historie, gemoedelijke mensen en een heerlijk hotel….
The years that you are still very easy-going in those things.
De jaren dat je nog heel makkelijk bent in die dingen.
helpful and easy-going.
behulpzaam en easy-going.
They're all good people, easy-going.
Het zijn goede mensen, makkelijk in de omgang.
That easy-going outlook is very human.
Die eenvoudige kijk op het leven is erg menselijk.
Lower temperatures, people are easy-going.
Bij lage temperaturen zijn mensen makkelijk.
Grazia is a very friendly, easy-going and accommodating hostess.
Grace is een zeer vriendelijke, easy-going en meegaand gastvrouw.
Wayne is usually so easy-going.
Wayne is heel makkelijk.
Good choice for patients in need for relaxation and an easy-going feeling.
Ze is een goede keus voor patiënten die behoefte hebben aan ontspanning en een relaxt gevoel.
hardworking and easy-going woman.
hardwerkende en eenvoudige vrouw.
Is a very friendly, easy-going and accommodating hostess.
Grace is een zeer vriendelijke, easy-going en meegaand gastvrouw.
V-30 makes the ticklish problems easy-going.
V-30 maken de netelige problemen makkelijk.
Results: 218, Time: 0.0594

Top dictionary queries

English - Dutch