HIM A PRESENT in Dutch translation

[him ə 'preznt]
[him ə 'preznt]
hem een cadeau
him a present
him a gift
hem een geschenk
him a gift
him a present
cadeautje voor hem
him a present
gift for him

Examples of using Him a present in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Mighty sweet of you to take him a present.
Heel lief van je, 'n presentje voor hem.
We brought him a present.
We hebben een cadeau voor hem.
And all Jeremy and I could think to do was buy him a present.
Het enige wat Jeremy en ik konden doen was een cadeau voor hem kopen.
I brought him a present.
Ik heb een geschenk voor hem.
And, he thought someone sent him a present, so he opened it himself.
En hij dacht dat iemand hem een cadeau stuurde, dus opende hij hem zelf.
Ho-ho-ho… He reduces me to poverty again and he thinks I'm giving him a present.
Hij maakt me arm, en hij denkt dat ik hem een cadeau geef.
sang a birthday song, and gave him a present.
zongen we een verjaardagsliedje en gaven we hem een cadeau.
He reduces me to poverty again and he thinks I'm giving him a present.
Oh… Hij reduceert opnieuw me tot armoede en hij denkt dat ik hem een cadeau geef.
He reduces me to poverty again and he thinks I'm giving him a present.
Oh… Hij maakt me arm, en hij denkt dat ik hem een cadeau geef.
I didn't get him a present. I don't even know the guy.
Ik heb zelf geen cadeautje voor 'm gekocht… maar ik ken die gast ook eigenlijk helemaal niet.
he's not exactly over the moon because nobody's got him a present.
hij is niet echt gelukkig, want niemand heeft een cadeautje voor hem gekocht.
my sister went to buy him a present.
ging mijn zus een cadeautje voor hem kopen.
I have made him a present of it and I shall do his wife too if she wants to sit.
Ik heb het hem geschonken en ik zal ook zijn vrouw maken, als zij wil poseren.
Um… we met, and I tried to give him a present, but he began ranting again about how Celenk was trying to have him killed, and then he stormed out.
Uh… we ontmoeten elkaar, en ik wilde hem een cadeautje geven, maar hij begon te schreeuwen over het feit dat Celenk hem wilde vermoorden, en toen stormde hij naar buiten.
Just get him a present.
Geef hem gewoon een kado.
I just gave him a present.
Ik gaf hem alleen een cadeau.
She even gave him a present.
Ze gaf hem zelfs nog een cadeau.
And I gave him a present.
Ik gaf hem gewoon een cadeautje.
I wanted to give him a present.
Ik wil hem iets cadeau geven.
I saw you give him a present earlier.
Je gaf hem eerder een cadeau.
Results: 2680, Time: 0.0516

Him a present in different Languages

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch