ER GEHEN - vertaling in Nederlands

hij gaan
er gehen
wird er
er hin
hij weg
er weg
er fort
er verschwunden
er gegangen
er tot
er weg.
er raus
er ausgezogen
er davon
er abgehauen
hij vertrekken
er gehen
hij weggaan
er gehen
er weggehen
hij lopen
er gehen
er laufen
hij voortgaan
er gehen
hij gaat
er gehen
wird er
er hin
hij eruit
er aus
er raus
er draußen
es aus
er ausgang
ihn rausholen
er aussteigen
er gehen
wird er gefeuert
er weg
hij heen
er hin
er hingegangen
er denn hin
er gegangen
ihn hinbringen
er jetzt
er hinfahren
er vor
er gefahren

Voorbeelden van het gebruik van Er gehen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Jeder geht letztlich den Weg, den er gehen muss.
Een ieder gaat de weg die hij gaan moet.
Aber wann wird er gehen?
Maar wanneer zal hij lopen?
muss er gehen.
vliegt hij eruit.
Nur in den Fußstapfen Gottes wird er gehen.
Slechts in Zijn voetstappen zal hij voortgaan.
Wohin soll er gehen?
Waar moet hij heen?
Christian Eriksen sagte, dass er gehen wolle.
Christian Eriksen verklaarde dat hij weg wilde.
Vielleicht könnte er gehen.
Misschien kan hij gaan.
Er gehen nach Russland.
Hij gaat naar Rusland.
Damit er beschäftigt ist, bis er gehen kann.
Iets om hem bezig te houden tot hij weg kon.
Wenn er gehen will, soll er gehen.
Als hij wil gaan, moet hij gaan.
Nein, wenn er gehen soll, gehe ich auch.
Nee. Als hij gaat, dan ga ik ook.
Dreh ihn jemand um, damit er gehen kann.
Iemand, draai hem om zodat hij weg kan.
Ja, Sir. -Darum muss er gehen.
Ja, meneer. Dus moest hij gaan.
Sagt ihm, dass er gehen muss.
Zeg dat hij gaat.
Wenn ich sage, dass er gehen muss?
Als ik zeg dat hij weg moet?
darf er gehen.
kan hij gaan.
Es trifft mich, dass er gehen muss.
Erg dat hij gaat.
Wir sagen ihm, wann er gehen kann.
Wij zeggen wel wanneer hij weg mag.
dann kann er gehen.
mag hij gaan.
Wenn Sie die Stelle wollen, muss er gehen.
Als u deze baan wilt dan moet hij weg.
Uitslagen: 141, Tijd: 0.0657

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands