YOU BRING - vertaling in Nederlands

[juː briŋ]
[juː briŋ]
je brengt
take you
drive you
bring you
get you
you a ride
lead you
drop you
you a lift
carry you
escort you
haal je
will get you
will pick you
will take you
are gonna get you
are going to get you
are taking you
are pulling you
are bringing you
will bring you
will pull you
je neemt
take
assume
heb je
have your
need you
do your
got you
took your
gave you
brought you
gotcha
put you
kom je
are coming for you
will your
will come for you
are your
are gonna get you
will get you
bring your
have come for you
are here to get you
je geeft
give you
provide
grant you
you impart
pay you
you care
je meeneemt
take you
bring you
pick you up
transport you
drag you
you back
je meebrengt
you bring
je mee
you with
you in
you coming
you out
you along
you away
take you
you bring
on your mind
you up
je zorgt
your concern
care of you
you make sure
you get
your worries
your troubles
you ensure
your sorrows
je daarover
je laat

Voorbeelden van het gebruik van You bring in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
You bring her a bottle, me you bring a glass.
Je geeft haar een fles en mij een glas.
You bring your own aperitif,
Je neemt zelf je aperitief,
Then you bring Freddy into it.
En dan haal je Freddy erbij.
In Australia. You bring flowers for my wife?
Ln Australië. Heb je bloemen voor m'n vrouw?
You bring me the means to dominate your species.
Je brengt me het middelen om uw soort te domineren.
Why you bring that car in here?
Waarom kom je hier met die auto?
Inspect fruit that you bring into your kitchen.
Onderzoek het fruit dat je mee naar de keuken neemt.
If you bring enough for yourself, we have enough for everybody.
Als je meeneemt, wat voor jezelf voldoende is, hebben we allemaal genoeg.
You bring this stuff with you when you travel?
Je neemt dit mee wanneer je reist?
You bring in a television set and the bonding is destroyed.
Je geeft een televisie en het samenzijn wordt vernietigd.
You bring news of the pig? Sire?
Heb je nieuws over de big? Sire?
What you bring, when I have awoken.
Op een vrijdag Wat je meebrengt, wanneer ik wakker ben geworden.
And you bring it up… And then… oh!
Dan haal je het naar boven!
You bring me steak now.
Je brengt me nu biefstuk.
You bring my goddamn gift certificates?- Shenaniganz?
Shenaniganz. Kom je mijn geschenkbonnen brengen?
You bring a lot of closure to people.
Je zorgt dat veel mensen het kunnen afsluiten.
What would you bring, expired yogurt
Wat heb je mee? Bedorven yoghurt
Yes. You bring a lot of work home.
Ja. Je neemt veel werk mee naar huis.
You bring it?- What?
Heb je 't bij je?.
I don't care what swill you bring.
Wat voor bocht je meeneemt, boeit me niet.
Uitslagen: 2038, Tijd: 0.0989

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands