Voorbeelden van het gebruik van Aflossen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar 50 procent heeft een schuld die ze nooit kunnen aflossen.
Ik kom Jacks schuld aflossen.
Mensen die hun schulden niet kunnen aflossen.
Ik ga Ash aflossen.
Een schuld die je nooit kunt aflossen.
Hiermee kan ik m'n schuld bij El Indio aflossen.
Ik ga Rick aflossen.
Ik kom mijn schuld aflossen.
Ik wilde alleen maar een lening aflossen.
Ik laat je aflossen.
Ik kan m'n studieschuld aflossen.
Laat de kindermeisjes je dan tenminste aflossen.
De kapitein zei dat ik je moet aflossen.
Ik laat Partridge je wel aflossen.
Ik moet Sonya aflossen.
Je kunt Rolph en mij binnen een paar uur aflossen.
Ik moet haar nu weer aflossen.
Mary Beth, we moeten Isbecki en Petrie aflossen.
Je zou me een uur geleden aflossen.
Het aflossen van hypotheken stuit op moeilijkheden vanwege het hoge percentage leningen in buitenlandse valuta.