Voorbeelden van het gebruik van Aftreden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
President Neil heeft nooit willen aftreden.
Aftreden van een lid.
Of ik moet aftreden.
Hij moet aftreden.
U kunt alleen maar aftreden.
Deze zijn allen opgepakt of tot aftreden gedwongen.
Aftreden van een lid.
Ik zal morgen aftreden.
En ja, misschien moet hij aftreden.
Ik eis dat jullie aftreden.
Aftreden van leden.
Zelfs als we deze horde Demonen verslaan zal ik niet aftreden.
onze sjeik meteen moet aftreden.
Voorzitter, in Madagaskar is de zittende president na volksprotesten tot aftreden gedwongen.
Aftreden van leden.
moet je aftreden.
Je moet aftreden.
Aftreden is voor u de enige juiste oplossing.
Anders zal de Premier binnen 48 uur moeten aftreden.
We moeten samen vooruit… of ik moet aftreden.