Voorbeelden van het gebruik van Augurken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
pittige augurken in zakken.
Lust je geen augurken?
Jij at zoveel augurken.
Kleine Terry houdt van zijn augurken.
Tong en augurken, meneer.
Ik heb deze sandwich voor mijn dochter gekocht zonder augurken en mayonaise.
Vegetarische hotdog met zuurkool en augurken.
Ik heb boterhammen met vlees en augurken.
Rupsje Nooitgenoeg? Augurken, tomaten.
Ik hou van augurken.
Groenten, aardappelpuree, boter, augurken… zout, een servet.
Deze klant neemt Praagse ham met augurken en een glas Pilsner.
Het zijn augurken.
En… en parkieten. Groen zoals erwten en augurken.
Leef je uit met de augurken.
Ik kon je augurken niet vinden.
Het zijn ook chips en augurken.
Augurken hebben sap, dat is een natuurwet.
Wat vind je van augurken?
ansjovis en augurken.