Voorbeelden van het gebruik van Boodschappenjongen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Lk heb een boodschappenjongen nodig.
Ben jij zijn boodschappenjongen?
Jij bent een boodschappenjongen.
Is het leuk om Cuddy's boodschappenjongen te zijn?
Nou, ik was meer de boodschappenjongen.
Ik ben je directeur, niet je boodschappenjongen.
Zie ik eruit als jouw boodschappenjongen? Nee, nee?
Miami? Als zijn boodschappenjongen.
Mr Boodschappenjongen?
Dus ik word je boodschappenjongen?
Ben je nu Jimmy's boodschappenjongen?
Carlos was Joe's boodschappenjongen.
Jouw boodschappenjongen.
Ik heb het tegen je baas. Nee, boodschappenjongen.
Dus ik word je boodschappenjongen?
Nee, boodschappenjongen.
Ik ben niemands boodschappenjongen.
Ik leek z'n boodschappenjongen wel?
Ben je nog zijn boodschappenjongen?
Ik ben niet je boodschappenjongen.