Voorbeelden van het gebruik van Bouwer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben geen bouwer, Sire.
Bouwer zakken of FIBC kunnen verkrijgbaar met uitloop worden gemaakt.
Rameses was de bouwer van Egypte.
Voor de grootste bouwer van Egypte.
En nu vermoord ik de bouwer ervan.
Ik ben nooit een krijger geweest, ik ben een bouwer.
nalatig bouwer en nu ook slechte ouder Derek Zoolander.
Pliers- universeel instrument, niet alleenvoor de elektricien, maar voor elke bouwer.
Bouwer van asfalt opritten,
Tot aan de restauratie bestond er onzekerheid over de bouwer van het instrument.
U bent geen avonturier, maar een bouwer.
rechtstreeks van de bouwer.
machtige bouwer?
Uitstekende en volwassen team van speler/ bouwer.
Te koop een nieuw pand in Spanje van de bouwer aan de Costa Blanca.
Bob de Bouwer.
Tot de Griekse aannememer en bouwer zei hij.
Ik ben een bouwer.
Hij is een bouwer.
Net als Bob de Bouwer en dat giraffenhok.