Voorbeelden van het gebruik van Briefing in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat was het voor een briefing?
Ik zie je na de briefing.
Volwassenen naar de eetzaal voor een briefing.
Ja, mijn briefing is over een uur.
Briefing over 5 minuten.
En jij doet de briefing morgen.
Ik wil de briefing hier doen.
SECNAV wil een briefing.
En Haskins wil 'n briefing.
Ik ben te laat voor deze briefing.
Kom, we gaan net met een briefing beginnen.
Ik informeer de president en u bereidt 'n briefing voor.
Ik heb een briefing.
We moeten gaan, we komen te laat op de briefing.
Er volgt zo een briefing.
Morgen is er een briefing.
Ik moet naar de briefing voor morgen.
Kom op. De briefing begint.
Montagu en Cholmondeley doen de briefing.
Kunnen we met de briefing beginnen?