Voorbeelden van het gebruik van Bruid in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En nu hij z'n bruid heeft.
Jij bent mijn bruid.
Ospina, ik moet mijn toekomstige bruid van je afpakken, vriend.
Aan de vooravond van de slag, wist zijn bruid, Elizabetha,-.
Ik wil mijn bruid zoeken.
Ik ben de moeder van de bruid.
Van de oom van de bruid in Texas.
Er wordt gezegd dat de Laird van Lallybroch terug is met z'n nieuwe bruid.
En zijn bruid.
U mag nu de bruid kussen.
En word je mijn bruid.
En jij bent mijn bruid.
En de bruid.
Deze keer wou mijn bruid naar Thailand.
Als we aannemen dat de bruid.
Het is niet passend… voor mijn aanstaande bruid.
Z'n aanstaande bruid, Skylar Sharpe, vond het lichaam.
Mijn bruid moet mooi zijn.
M'n bruid moet mooi zijn.
Of dat zijn bruid hem in toom zou houden.