Voorbeelden van het gebruik van Bruid in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Bruid of bruidegom?
Mooie bruid.
Dat zegt iedereen Waar is m'n bruid?
Hertog van Mantua en zijn bruid, de mooie Bianca.
Een bruid, een sjaal. Kies er één, niet allemaal.
Ik heb begrepen dat de bruid en bruidegom hun eigen geloftes hebben geschreven.
De bruid was twintig jaar oud
Hallo, bruid met coupe ontploft.
Dag, bruid.
Waar is m'n bruid?
Lana… Je bent mijn toekomstige bruid.
Heren, begeleid uw edele keizer en zijn mooie bruid.
Je was de mooiste bruid die ik ooit gezien heb.
Alleen de bruid en de bruidegom.
De bruid was slechts acht jaar oud
Mag ik mijn bruid' tot ziens' kussen?
De toekomstige bruid?
M'n lieve, onschuldige bruid, dood.
Wie wil nou een bediende als bruid?
Ik kom m'n bruid huwen.