Voorbeelden van het gebruik van Busje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het was het busje van haar tante.
Sigaren. Laad het busje, we willen het allemaal. Kaarten.
In 't busje kunnen rondhangen?
We troffen hem aan in dat busje.
Je vader zit niet in het busje.
dus we hadden een busje nodig.
Ik neem het busje. Geen melk.
We hebben het busje, zijn kelder, slaapkamer en gereedschap bekeken.
Dus we gaan met het busje, dan kan jij met zijn auto.
Het is een busje, geen Viking.
Het busje heeft een lekke band.
Het busje is er.
Wij zaten in een busje tegenover het restaurant.
Wacht in het busje op me.
Morgen kopen we een busje van Tulkku.
Ruzie om het busje is hun ochtendritueel.
In het busje daagde ik Kingsley uit om zijn wapen te pakken. Mary Beth.
Geen busje voor jou.
Het busje naar het vliegveld staat beneden.
Het busje is hier.