Voorbeelden van het gebruik van Buurjongen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze is onder een balkon met de buurjongen.
Ze zou met een buurjongen naar huis lopen.
Dit is je nieuwe buurjongen.
Met wie kan ik beter gaan dan met m'n levenslange buurjongen… beste vriend en medeplichtige?
Dat is mijn… Buurjongen.
Je oude buurjongen.
Ik snap niet waarom ze niet met de buurjongen trouwt.
O, Julio? Nee, dat is mijn buurjongen.
Hij is onze buurjongen.
Hij was onze buurjongen.- Hoe?
Is dat onze buurjongen?
Mijn buurjongen.
Nee, met de buurjongen.
Ik speel Tommy Ross, de buurjongen.
Herinner je je je buurjongen van toen je vader overleed?
Hij is een buurjongen, en hij is aardig.
Ontvoerde een buurjongen op 10th en A.
Ik beloofde de buurjongen te helpen met zijn wiskunde huiswerk.
De buurjongen zei dat hij gierende banden hoorde. Banden.
Toen je vijf was, liet je 'n buurjongen over je hand plassen.