Voorbeelden van het gebruik van Canadezen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We worden Canadezen.
Dat zijn Canadezen.
Naar de grens rijden en Canadezen uitjoelen?
Canadezen liggen om 9 uur in bed.
Een dag later werd Kamp Westerbork bevrijd door de oprukkende Canadezen.
Veel Canadezen geloven dat het komt door het gezondheidszorgsysteem zelf.
De Canadezen werden ondersteund door tanks van de Britse 79e pantserdivisie.
De Canadezen beëindigden het toernooi op een vijfde plaats.
Ik dacht dat Canadezen alleen Chinezen discrimineerden.
Die Canadezen waren hier niet vanwege mij.
De Canadezen en de Britten bevinden zich nu ten oosten van de Maas.
Maar ook onverzettelijk. De Canadezen melden dat de soldaten heel jong zijn.
Alle Canadezen leken toch op elkaar?
Toronto. Torono', Canadezen spreken de 't' niet uit.
De Canadezen versloegen de Rangers gisterenavond.
Deze Canadezen, God zegene hen, hadden de waren niet.
Die Canadezen flessen de verzekering ook al.
De Canadezen zijn kwaad.
Die Canadezen zijn weer buiten.
Weten jullie waarom Canadezen nooit een wens vervuld krijgen op hun verjaardag?