Voorbeelden van het gebruik van Carl in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Carl heeft hem neergeschoten in de tuin.
Hij schoot Carl in de hals.
Dat is Carl z'n tekst.
Carl, pak de video. Kom op.
Carl? Natuurlijk.
Carl is gesneuveld.
Carl moest naar de SEH.
Carl was net van de Academie toen zijn vader de Patty Hearst zaak overnam in L.
Waar heb je de hele dag uitgehangen? Hé, Carl.
Carl, help me eens.
Hieronymus Carl Frederick Baron van Münchausen.
Carl Schlinger, de bedrijfsleider.
Ga je mee naar Carl zijn wedstrijd?
Dit nummer is voor de eregast… onze goede vriend, Carl'The Shoe' Schuster.
Carl heeft lesgegeven op zondagsschool.
Ik ben Carl Allerd, de nieuwe assistent-aanklager.
Carl, denk aan de toekomst.
En jij moet getuigen op Carl zijn hoorzitting?
Ik ben Carl Schurz.
Carl… Dat wist ik niet.