Voorbeelden van het gebruik van Cassius in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kom deze namiddag met Cassius.
Welk nieuws breng je ons, Agrippa? Het lichaam van Cassius is gevonden?
En je vergelijkt dit met Cassius.
Het is Cassius.
Vertel me iets over Cassius.
Dat jij Cassius bent.
Luister, ze kijken de andere kant op in die zaak met Cassius.
Cassius is voor de consul, Ook Brutus benoemen, Maar de daden van een tiran zijn niet gerechtigd.
Antonius uit om de strijd aan te gaan met Brutus en Cassius.
Je zegt dat het allemaal voor mij is… maar jouw foto staat in alle kranten samen met Cassius.
Broeder Cassius.
Bedankt, Cassius.
Cassius, alsjeblieft.
Cassius had gelijk.
Ik heet Cassius X.
Je vader heette Cassius.
Zoals vroeger Cassius Clay.
Speciaal zoals Cassius Clay?
Ik dwing Cassius niet!
Cassius ik beken schuld.