Voorbeelden van het gebruik van Cowboy in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat bestaat niet, een Franse cowboy.
Frans is het tegengestelde van cowboy.
Kijk uit naar Cowboy Bill.
Een glas Busthead. Dat heb ik niet, cowboy.
Een cowboy te paard, ja.- Cowboy.
Hij was een cowboy.
Hij speelt altijd een cowboy.
Ik word cowboy.
Was de Winchester '73 een kostbaar bezit. Voor cowboy, dief, sheriff of soldaat.
Cowboy, hoor je me?
Allemachtig. Cowboy?
Is dat die cowboy van de weg niet?
Wacht eens, jij bent die cowboy waar hij het over had?
Cowboy vraagt of we wat komen drinken.
Hou cowboy op 1 uur in de gaten.
De cowboy draagt restanten van een militair uniform.
Weet die cowboy al dat je komt?
Triest, een cowboy die z'n paard de schuld geeft.
Die cowboy zal het nooit weten.
Hey cowboy, wat heeft ze over jou?