Voorbeelden van het gebruik van Dat bespreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Moeten we dat bespreken?
Maar dat bespreken we later wel. Ja.
Ja, maar voor we dat bespreken, wil ik Mr Spock onder vier ogen spreken.
Dat bespreken we later nog wel.
Dat bespreken we wel tijdens therapie.
Dat bespreken we later.
Dat bespreken we nu.
moeten we dat bespreken.
Dat bespreken we zodra jullie je hebben omgekleed.
Misschien moeten we dat bespreken.
Kom, stap in. Dat bespreken we later.
Zou je liever dat bespreken?
En het andere? Dat bespreken we samen wel.
En ook de vrouw, maar dat bespreken we straks wel.
Oké, kunnen we dat bespreken?
Dat bespreken we onderweg wel.
Dat bespreken we later wel.
Dat bespreken we thuis wel.
Dat bespreken we als Philip terug is uit New York.-Zeker.
Dat bespreken we later wel.