Voorbeelden van het gebruik van Dat hopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat hopen we allebei.
Dat hopen we.
Dat hopen we maar.
Dat hopen we allemaal.
Dat hopen we, maar zijn gezondheid… Wat is daarmee?
Dat hopen we allemaal.
Dat hopen we altijd.
Dat hopen we toch.
Dat hopen we, we weten het niet.
Dat hopen we wel, ja.
Dat hopen we wel.
Ja, dat hopen we allemaal.
Dat hopen alle moordenaars vast.
Dat hopen we en daarop zullen we samen toezien.
Dat hopen wij ook.
Inshallah, dat hopen we.
Dat hopen we wel, ja.
Dat hopen we tenminste.
Dat hopen wij ook.
Dat hopen we met Lucie te bereiken.