Voorbeelden van het gebruik van De brug in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We gingen naar de brug.
Waar? Bij het eetcafé op de brug.
Je moet me naar de brug brengen.
Je had met hem naar de brug moeten gaan.
En daar is het Pentagon. De brug naar Arlington.
Hij is op weg naar de brug.
Kapitein aan de Brug.
Ik ga naar de brug.
Isaac aan de brug.
Michael Burnham naar de brug.
Ik ga terug naar de brug.
Hij laat de brug zakken en wij vluchten naar binnen.
Tussen de brug en de stuurmachinekamer moet een spreekverbinding aanwezig zijn.
Op de brug dienen aanwijsinstrumenten aanwezig te zijn voor.
Op de brug moeten aanwijsinstrumenten aanwezig zijn voor.
De brug gaf A vast een duidelijk zicht
En de brug?
Onder de brug?