Voorbeelden van het gebruik van De deksel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De deksel zit vast. Verdomme!
De deksel is dicht
Dus de deksel gesloten houden
Haal de deksel eraf.
De deksel gaat er niet af.
Zelfs de deksel stinkt.
Wil jij de deksel van de groenten halen?
Haalt u daar de deksel 's af.
De deksel zit erop.
Haal de deksel van het kopje.
De deksel zat niet goed vast.
Ik sluit de deksel nu.
Doe de deksel dicht.
De deksel ligt hier.
In India raakt de deksel de kaas aan.
Da's de deksel van de verwarming!
Op de deksel staat geschreven.
Waarom is de deksel verwijderd?
De deksel sloot gelijk.