DE DEKSEL - vertaling in Duits

Deckel
deksel
dop
huik
rekening
die Abdeckung
de dekking
het deksel
de afdekking
de cover
de kap
de hoes
het overtrek
deksels
de dekkingsgraad
de afdekplaat

Voorbeelden van het gebruik van De deksel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
De deksel zit vast. Verdomme!
Der Deckel ist festgefroren. Verdammt!
De deksel is dicht
Der Schachtdeckel ist verschlossen,
Dus de deksel gesloten houden
Und der Stein auf dem Deckel liegt. Also sorgen Sie dafür,
Haal de deksel eraf.
Nehmen Sie den Deckel ab.
De deksel… de deksel los te draaien. Ik vergat.
Der Deckel… den Deckel abzuschrauben. Ich hab vergessen.
De deksel gaat er niet af.
Der Deckel geht nicht auf.
Zelfs de deksel stinkt.
Selbst der Deckel stinkt.
Wil jij de deksel van de groenten halen?
Nimmst du den Deckel vom Gemüse bitte?
Haalt u daar de deksel 's af.
Nehmen Sie den Deckel ab.
De deksel zit erop.
Der Deckel ist drauf.
Haal de deksel van het kopje.
Nimm den Deckel des Bechers.
De deksel zat niet goed vast.
Der Deckel war wohl nicht zu.
Ik sluit de deksel nu.
Ich mach jetzt den Deckel zu.
Doe de deksel dicht.
Schließt den Deckel.
De deksel ligt hier.
Der Deckel war hier.
In India raakt de deksel de kaas aan.
In Indien drückt der Deckel auf den Käse.
Da's de deksel van de verwarming!
Das ist der Deckel der Heizungseinheit!
Op de deksel staat geschreven.
Auf dem Deckel steht.
Waarom is de deksel verwijderd?
Wieso ist der Deckel abgeschnitten?
De deksel sloot gelijk.
Der Deckel ging gleich zu.
Uitslagen: 151, Tijd: 0.0481

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits