Voorbeelden van het gebruik van De hamburger in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wie had de hamburger met aids besteld?
Maar de hamburger.
Dude. De hamburger. Ik wil er zo een.
Parijs verdedigt zich met hand en tand tegen de hamburger.
Ze neemt ook de hamburger.
Ik geef Paul Anka de hamburger.
Bedankt voor de hamburger.
Maar de meeste mensen bestellen gewoon de hamburger.
Jij krijgt de hamburger.
Ik maak de hamburger wel.
Ja. M'n vrouw wil de zalm en ik de hamburger.
Onze chef-kok stelt medium-rare voor voor de hamburger.
Nee, niet de hamburger.
En ik bestelde de hamburger.
Bedankt voor de hamburger.
Nee, je geeft hen de bon, en ze geven jou de hamburger.
vurige… De hamburger wint.
Ik zou graag iets tegen m'n zoon, de hamburger, zeggen.
Bob, drie keer winst voor de hamburger.
En de hamburger.