Voorbeelden van het gebruik van De nachtwaker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De Nachtwaker zal een strop om allebei onze nekken leggen.
De nachtwaker die dit ding heeft gevonden is ineens gek geworden.
Het moet toen zijn geweest dat de nachtwaker alarm sloeg.
Ik ben gewoon de nachtwaker.
Ik heb recentelijk ontdekt dat Marian de Nachtwaker was.
Ik ben de nachtwaker.
Hij was de nachtwaker.
Ik maak geen klassenonderscheid, zei de Nachtwaker.
Wel, we zullen gewoon moeten wachten op de nachtwaker.
Dat is de nachtwaker.
Of moet ik meneer de nachtwaker zeggen?
Die oen gaat de nachtwaker vermoorden.
Ik let op de nachtwaker.
Jij zit niet in een boekenclub met de nachtwaker.
Je ziet er slecht uit. De nachtwaker.
Ik ben de nachtwaker.
Ja. Jij bent de nachtwaker.