Voorbeelden van het gebruik van Nachtwaker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je ziet er slecht uit. De nachtwaker.
Ik ben een nachtwaker.
Hij is de nachtwaker, Frank.
Hij is de nachtwaker.
M'n moeder was conciërge, m'n vader nachtwaker.
Hij was onze nachtwaker.
En ik ben hier de nachtwaker.
Op Sixth Avenue in New York. Ik werk als nachtwaker.
Nachtwaker tweede klas.
Hij is al nachtwaker sinds ik hier kwam werken.
Wordt u nachtwaker?
Vanavond ben ik weer nachtwaker.
De speler speelt als Mike Schmidt, de nieuwe nachtwaker in het restaurant.
Donny, zo te zien is er geen nachtwaker, maar laten we stil zijn.
Ik was al jaren Nachtwaker. Ik ben niet gek.
De nachtwaker hier… is een oude vriend van mij.
Ik ben mijn nachtwaker vergeten. Geweldig. Eindelijk.
Van een nachtwaker op een bouwplaats. Het telefoontje kwam net binnen.
Nachtwaker vermoord bij grafschennis.
Hij was m'n nachtwaker, dus in feite… zag ik hem quasi nooit.