Voorbeelden van het gebruik van De plank in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Architectuur, achterwand aan uw rechterhand, de derde plank van onderen.
De plank moet terug naar het boothuis.
Scheergerei ligt op de plank.
Architectuur, achterwand aan uw rechterhand, de derde plank van onderen.
Verlaat de plank- Nee, niet doen!
leggen de winkeliers me op de onderste plank.
Nee, op de andere plank.
Wil jij de plank er even afgooien?
Het guillotinemes van Marie-Antoinette ligt ingepakt en gelabeld op de plank.
Rosbief staat op de bovenste plank.
moet Peter over de plank lopen.
John, Annabel, boeken op de plank.
Ja, op de hoogste plank.
Wandel over de plank.
Oké, Marie Antoinette guillotineblad gevonden, etiket erop en staat op de plank.
Wie te laat is loopt over de plank.
Ik leg het op de plank.
Na de klap brak de plank doormidden.
Leg de brillen terug op de plank.
Loop over de plank.