Voorbeelden van het gebruik van De supermarkt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het was omvangrijk. Het kwam uit autoramen, in de supermarkt.
We gaan niet naar de supermarkt.
Waar je je auto parkeerde aan de supermarkt.
Je werkt na schooltijd toch in de supermarkt?
Het zat vroeger in spuitbussen, in de supermarkt.
Vijftigduizend dollar voor een ritje naar de supermarkt.
Ik was in de supermarkt… O.
Ik ga wel even langs de supermarkt voor een kalkoen.
Ja, hij is bij de supermarkt.
ging ik werken in de supermarkt van mijn ouders.
En op een avond kwam ik thuis van de supermarkt.
Je moeder is even naar de supermarkt.
Mijn ziel staat in de rij voor de supermarkt.
Vreemd gedrag gezien in het straatje achter de supermarkt.
Jij en de jongen van de supermarkt.
Een nep aanbieding in de supermarkt.
Zij was hier de avond dat jij achter de kassa zat in de supermarkt.
Ik hoefde niet naar de supermarkt.
We gaan naar de supermarkt.
Ik ben bij de supermarkt.