Voorbeelden van het gebruik van Deugde in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze zei dat hij niet deugde.
Ik wist wel dat je niet deugde.
Lk wist wel dat jij niet deugde.
Ik wist wel dat jij niet deugde.
Ik wist dat ze niet deugde.
Ik zag meteen dat hij niet deugde.
Ik zei toch dat hij deugde.
Ik wist wel dat je niet deugde.
Ik weet dat dat niet deugde.
Ik wist wel dat jij niet deugde.
Om te bewijzen dat het niet deugde?
Ik wist dat je hier niet voor deugde.
de stiefkoning wel deugde. De koningin moest ook eten.
werd hem duidelijk dat hij niet als rechter deugde en hij kocht zich uit met een boete.
Geen enkel amendement op het Commissievoorstel deugde namelijk en heel de procedure voor de inwerkingtreding van het veilige-havenakkoord dreigt in gevaar te worden gebracht.
Dit deugt niet.
Je deugt niet, meid.
Dat deugt niet.
Of ze deugen of niet, men gelooft dat ze hen in leven houden.
Deugt het niet?