Voorbeelden van het gebruik van Doekje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Houd een doekje op de injectieplaats.
Goed, ik kom er aan met het doekje.
Sharona, doekje. Ik heb een doekje nodig.
Heb je een doekje?
Houd een doekje op de injectieplek.
Ik heb… een doekje.
Ik haal even een doekje.
Ik haal wel een doekje.
Ik kan niets zien. Doekje, Jack.
Geef me een doekje.
Ik haal wel een doekje.
Heeft iemand een doekje? Takel.
Het is maar een doekje.
Ik haal even een doekje.
Heeft iemand een doekje?
Soms is een doekje gewoon een doekje.
Pak een doekje.
Ik pak een doekje. Wat onhandig.
Het is maar een doekje.
Geefmij een stok en een doekje.