Voorbeelden van het gebruik van Dokter webber in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Roep dokter Webber op.
Dokter Webber neukte mijn moeder.
Goed werk, dokter Webber.
Dokter Webber en doker Torres.
Dokter Webber zorgt voor hen.
Erg goed, dokter Webber.
Iemand heeft dokter Webber opgeroepen.
Piep dokter Webber op.
Dokter Webber is op vakantie.
Heb je dokter Webber gezien?
Chief Sloan. Dokter Webber.
Stop de onzin, dokter Webber.
We moeten het dokter Webber vertellen.
Dokter Webber, ik ben een chirurg.
Dokter Grey, het is dokter Webber.
Maar dokter Webber zal erbij zijn?
Dokter Webber, wil je dat ik.
Meneer Lepik, ik ben dokter Webber.
Dokter Webber, gaat u mee?