Voorbeelden van het gebruik van Een dichter in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Net een dichter.
Ze hadden een dichter moeten sturen.
Hij is een dichter.
Daarom werd hij een dichter.
Hij is een dichter.
Hij was een dichter.
Leider van het verzet. Hij was een visionair, een dichter.
Ik ben een dichter.
Ik ben een dichter.
Ricky was een dichter.
Onze Noach was een dichter.
Soms ben ik een dichter.
Hij is een dichter.
Dus je bent toch een dichter.
Je bent een dichter.
Ben je nu een dichter?
Nee… Ik ben een dichter.
Dat is een dichter.
Hij was een dichter, die viste.