Voorbeelden van het gebruik van Elfjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zij noemt ze elfjes.
Goed zo, elfjes.
Jullie zullen nooit elfjes zijn!
Hebben jullie al elfjes gezien?
Als ze haar elfjes ziet?
Zij geloven met heel hun hart dat elfjes echt bestaan.
Ze noemt ze elfjes.
Ik ben gek op elfjes.
dit zijn mijn elfjes.
Zo praten elfjes dus.
Die van mij verzamelt elfjes en dorpjes.
Maar waarom zijn jullie als elfjes verkleed?
Judy heeft gezien dat ze meegenomen is door de elfjes.
Met pratende dieren en elfjes.
Martín tekent nooit dansende elfjes.
Elfjes naar het noorden!
Kleine Elfjes, die die mij geholpen hebben,
Elfjes naar het zuiden!
Elfjes. Pak haar!
Elfjes? Neem je me in de maling?