Voorbeelden van het gebruik van Gluurder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
'n filmer eigenlijk n gluurder is.
Hij kan een gluurder geweest zijn.
En het ziet er naar uit dat neef Harold een gluurder is.
Oeps. Ik kan niet tegen een gluurder.
Ik had u nooit voor een gluurder gehouden.
Hij is geen gluurder.
We zijn op zoek naar een gluurder.
Hoe dan ook, ik ben niet een gluurder.
Die gluurder was jij.
Een gluurder?
Over een gluurder en wat kinderen. Ik kreeg een raar telefoontje.
Ben je een gluurder of zo?
Die handelingen worden toevallig op video opgenomen door een gluurder.
Sorry, maar in mijn ogen is hij veeleer n ouwe viespeuk die de gluurder speelt.
jij kleine gluurder?
De laatste brief, die van de Gluurder.
Er is gebeld over een gluurder?
Ik hing die camera op, omdat ik dacht dat jij de Gluurder was.
Kreeg een klacht over een gluurder.
Een vierde noemde me een gluurder.