Voorbeelden van het gebruik van Gluurder in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Een gluurder.
Karen heeft een gluurder.
Jij verdomde gluurder!
Dan ben jij een gluurder.
Je bent een gluurder?
Versierder flirt gluurder aansteller optimist.
Ik voel me net een gluurder.
Er zit daar een gluurder.
Mr Bezzeridis is een gluurder.
De gluurder is er weer!
Ik voelde me een gluurder.
Wat vreselijk van die gluurder, zeg.
En was hij gewoon een gluurder.
U bent dan ook een gluurder.
Bent u een gluurder of zo?
Er is een gluurder in het kamp.
Kijk eens aan. We hebben een gluurder.
Er loopt een gluurder rond in de buurt.
Betrapt door een gluurder…""… die snel zou ontdekken.
Misschien had Danson een gluurder vriendje die sex foto's nam.