Voorbeelden van het gebruik van Gordon in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Gordon paste er nauwelijks in.
Nee, Gordon.
Gordon heeft het eraf getrapt.
Alfred, dit is Barbara Gordon.
Mijn God. Gordon.
Ik… Ik… Melinda Gordon.
Ik ben ermee bezig. Gordon.
Ik maak me zorgen, Gordon.
Het kloppend hart van onze organisatie. Gordon Masters.
Wacht, werk je hier?-Terry?-Gordon?
Dana Gordon, je staat op de speaker.
Sla bij Gordon Street rechtsaf.
Gordon vertelde mij dat alles vlot vooruitgaat.
Zeg Gordon dat ik hem wil spreken.
Zeg Gordon dat ik hem moet spreken.
Schoemaker vergezelde Gordon op al zijn reizen.
Gordon haalde een 4e plek in het algemeen klassement.
Je moet Gordon tegen mij gaan zeggen.
Graaf van Gordon, u bent schuldig aan ontvoering, afpersing en verraad.
Als het Gordon Rand was,