Voorbeelden van het gebruik van Grapefruit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Welk effect op hypertoon heeft grapefruit: verhoogt
Sinaasappel, grapefruit of aardbei?
Grapefruit is goed voor je hersens.
Oké, grapefruit komt eraan.
Grapefruit en vanille geurkaarsen.
Wat grapefruit was lekker geweest, of een croissantje.
Ik wilde alleen zeggen dat je op een grapefruit zit.
Eet maar wat grapefruit.
Dit is ook het geval bij de grapefruit, die veel vaker wordt gegeten.
Geniet van deze grapefruit.
ik heb geen zin in grapefruit.
Vooruit, banaan. Opzij voor grapefruit.
Ik vermorzel je hoofd als 'n grapefruit als je geen naam geeft.
Ik pers je hoofd uit als een grapefruit als je niet praat.
Een kruising tussen een grapefruit en een mandarijn.
Dat kwam door die zure grapefruit.
Mag ik een sinas? Geen grapefruit.
En, nee, dat is grapefruit.
Ik vermorzel je hoofd als 'n grapefruit als je geen naam geeft.
de grote kegel voor grapefruit perfect is.