Voorbeelden van het gebruik van Griep in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jerry heeft griep.
En,… En toen kwam de griep.
Hij heeft de griep.
Hij stierf in 1861 aan de griep.
Michael. Het is mijn griep.
Ze heeft geen griep.
En toen kwam de griep.
had hij geen griep.
Asthenie/ Vermoeidheid Griep.
Bovenste luchtweginfecties verkoudheid, griep.
Dat Will geen griep had.
Ga door. Tante overleed aan griep.
Het is maar de griep.
En toen kwam de griep. En.
Dat stelletje met de griep.
Ik ben altijd bang dat Frederica een ziekte oploopt, vooral griep.
Het is geen griep, Paul.
Waarom niet?- Het klinkt als de griep of gonorroe?
Je hebt toch geen griep,?
Je hebt griep.