Voorbeelden van het gebruik van Groepjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Voor beide groepjes was het een belevenis.
Splits de klas in groepjes van zes zo goed
Kleine groepjes, mogelijk ook met Whisperers.
Kleinere groepjes zijn moeilijker op te sporen.
Allemaal tegelijk of in kleine groepjes.
Ik stuur ze hierheen in groepjes.
Het is beter als we in groepjes gaan.
Indriachtigen leven in kleine groepjes.
De eieren worden in kleine groepjes in de bodem afgezet.
In deze activiteit, zullen de studenten zelfstandig of in groepjes werken.
In kleinere groepjes.
Kunnen we zelf groepjes maken?
Jullie hebben allen vrienden… en groepjes met wie je goed omgaat.
Als er groepjes jongens rondhangen op zo'n plek… is het wachten op problemen.
kleine groepjes foto's niet laten bezoedelen.
Deze groepjes bestaan over het algemeen uit een volwassen paar
De Selous Scouts opereerden in groepjes van vier of vijf soldaten.
Ook op het station stonden vele groepjes met hun grote rugzakken te wachten op de trein.
Ik doe niet aan groepjes, maar ik rook er wel een met jou.
Ze staan in groepjes bij elkaar, als kleine dorpen.