Voorbeelden van het gebruik van Half tien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is half tien in de ochtend.
Ik schat op dit moment ergens tussen half tien en middernacht.
Het is half tien.
We zien elkaar morgen om half tien.
Ze komt om half tien.
Hij is gisteravond iets na half tien vermoord.
Ik ging om half tien verder. Die zijn ook aangebrand.
Kom om half tien naar mijn kantoor.
Hij zei dat hij een blondje rond half tien had gezien met Ramonds lichaam.
Niemand heeft je na half tien gezien.
Het is bijna half tien.
Ik heb je ook gebeld, om half tien.
Het gebeurde rond half tien vanavond.
Jij. Het is pas half tien.
uitgaande gesprekken na half tien gisteravond.
Volgens hem verliet je het kantoor om half tien.
En iedereen weet dat we nu om half tien beginnen?
Ik heb een afspraak om half tien.
Ga maar gauw naar bed. Wij halen je hier op om half tien.
Het is pas half tien.
