Voorbeelden van het gebruik van Handwerk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat was handwerk.
Zout deeg kan heel wat handwerk met kinderen maken.
Alleen wat handwerk.
Naaien apparatuur en handwerk plat pictogrammen.
Met het uitoefenen van dit handwerk kunnen ze bijdragen aan het gezinsinkomen.
Ik zag M's handwerk.
geschikte tekengrootte en beste handwerk.
Toepassing van titanium in serviesgoed en handwerk.
stenen en handwerk, zoals Meer….
Iemand probeert dit eruit te laten zien als mijn handwerk.
De teelt is moeilijk en vereist veel handwerk.
Het aanbrengen van stickers is in principe handwerk.
Verdere pagina's over knutselen, handwerk en hobby's.
Verkoop jij handwerk?
Kunst en handwerk bloeiden.
U kunt ook handwerk handwerk lokale stammen.
mooie boorden op woonaccessoires, handwerk en kledingstukken.
Het is geen handwerk.
Geen twijfel dat alle schilderijen zijn handwerk ontwerpen.
geschikte tekengrootte en beste handwerk.