Voorbeelden van het gebruik van Heksenmeesters in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben hier voor de andere heksenmeesters, niet voor jou.
Ze zien hier niet veel heksenmeesters.
Heksenmeesters moesten hier eeuwenlang op oefenen.
Die kunnen alleen heksenmeesters genezen.
Het zijn dus niet eens demonen of heksenmeesters.
Valentine weet dat een heksenmeester dat slaapdrankje had gebrouwen.
Heksenmeester Zelfstandig naamwoord.
Heksenmeester… waarschuw je meesters in de Kerk van de Nacht.
Dan ben je meer heksenmeester dan je wilde zijn.
Maar m'n vader, een heksenmeester, trouwde met m'n moeder.
Is mijn heksenmeester boven?
Ik wed op de heksenmeester.
De heksenmeester die de Alfa wordt, zal onmetelijke macht hebben.
Maar onderschat haar niet, heksenmeester.
Als je een heksenmeester zoekt, bel je Dorothea maar.
Hij is sterk… en anderhalve heksenmeester is beter dan niks.
Ik ben ook een heksenmeester.
Hij is een heksenmeester.
Ik ben een heksenmeester.
Dat was geen heksenmeester.