Voorbeelden van het gebruik van Het feesten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De meiden, het feesten.
Met huisdieren Iedere nacht is het feesten Â.
Wil je even bijkomen van al het feesten?
Bij mijn ouders met huisdieren Iedere nacht is het feesten Â.
Nee, Stan, wij waren gisteren uit hard aan het feesten.
Jij was aan het feesten.
Iedereen is hier. Ze zijn nog aan het feesten.
Er komt vast een ritueel voor het feesten begint.
Je moet ophouden met de drugs en het feesten.
Ben je aan het feesten?
Iedereen is aan het feesten.
Oké, iedereen we gaan verder met het feesten.
Iedereen is druk aan het feesten.
Ik verloor mijn broek tijdens het feesten.
Er komt vast een ritueel voor het feesten begint.
Helemaal alleen aan het feesten? Nee, dank je.
De vrouwen, het feesten. Hij zei
vrienden op bezoek Iedere nacht is het feesten Â.
ik verkrachtten… We waren alle drie dronken en aan het feesten.
Ik heb net een grote deal af kunnen sluiten en… ik ben al dagen aan het feesten.